Speciaal voor de leerlingen van het Agnieten college in Nieuwleusen, is deze pagina ontwikkeld.

Waarom?

Op deze school geef ik met ingang van schooljaar 2010-2011 lessen "hondengedrag" in het kader van keuzewerktijd.

Tijdens deze lessen probeer ik kennis over hondengedrag over te dragen aan de leerlingen.

Voor docenten en ouders:

Wat is het doel?

Ieder jaar weer worden er vele tienduizenden jonge mensen door een (eigen)  hond gebeten. Dat is natuurlijk heel erg. Als je dan bedenkt dat de meeste bijtincidenten ontstaan doordat mensen niet weten hoe een hond in elkaar steekt, dan weet je ook dat er werk aan de winkel is!

Uiteraard besteed ik al jaren (22 om precies te zijn...) aandacht aan kennisvergroting bij mensen die met een hond bij mij op cursus komen.

Sinds kort kan ik dus ook leerlingen van het Agnieten college bereiken, om zo in de toekomst de kans op een hondenbeet bij hen zo klein mogelijk te maken.

Uiteraard kunnen ook andere mensen gebruik maken van dit materiaal. Als u als docent dit materiaal gaat gebruiken in uw lessen, dan zou ik het op prijs stellen dat te weten. Mogelijk kan ik u van dienst zijn met extra uitleg. Heeft u op- of aanmerkingen? U mag ze gerust mailen, daar kan ik mijn voordeel weer mee doen, om de lessen in de toekomst verder te verbeteren.

En nu aan de slag voor de leerlingen!

(Als je direct naar een volgende les wilt, of je wilt naar de opdrachtenbladen, ga dan op de blauwe tekst staan en klik.)

Inhoudsopgave:

les 1: Leren "lezen" van de mimiek van de hond. Hoe benader je een hond op veilige wijze?

les 2: Geboorte van de hond en socialisatie.

les 3: Beïnvloeden van gedrag, de clicker en de oefening "nee".

les 4: De ene hond is de andere niet.

les 5: Is de hond gezond? Wanneer moet hij naar de dierenarts? Hoe verzorg je de vacht?

les 6: Honden kunnen voor overlast zorgen. Wat is overlast? Wat kun je daaraan doen?

les 7: Samenstellen van een dossierportfolio.

les 8: Arbeidsproeven en afsluiting.

 

Formulieren en werkbladen die zijn uitgedeeld tijdens de lessen.

Vanaf deze hyperlink opent alles snel. Je kunt echter niet kopiëren /plakken.

 

1: mimiek van de hond, werkblad veiligheid

2: werkblad geboorte en socialisatie

3: clicker aanleren, oefening "nee" aanleren

4: rashondenspel, geen formulieren uitgedeeld.

5: eenvoudige gezondheidscheck

6: interview overlast bij honden

7: hoe ziet een portfolio eruit

8: arbeidsproeven en theorievragen. rubric arbeidsproeven

 

Wil je de uitgedeelde informatie op je eigen computer zetten? Dat kan hieronder.

 

1. Mimiek van de hond

2. werkblad veiligheid

3. clickertraining

4. oefening "nee"

5. power point sturen van gedrag

6. "zijn honden lief" voor voortgezet onderwijs. informatie voor leerlingen en ouders.

7. socialisatie van de hond: geschreven door Tinley kynologisch adviesbureau. (informatie over Tinley in het pdf    bestand te vinden.

 

  Les 1.

Les 1 gaat over veiligheid. Je leert de mimiek van de hond kennen. Als je dat weet, dan weet je ook of een hond bang is en daarom wil bijten, of dat een hond wil bijten omdat hij ontzettend boos is op jou. Kijk op www.LICG.nl voor uitgebreide info. Ook op www.minderhondenbeten.nl staat heel veel nuttige informatie! De plaatjes die ik gebruik komen van deze site.

Angstagressie: lage houding, oren naar achteren, kiezen ontbloot.

 

Bij een zelfverzekerde hond die agressie vertoont, zie je een hoge houding, oren naar voren en alléén de tanden ontbloot.

 

 

De lichaamshouding van de hond is belangrijk. Je kunt daar ook op andere sites veel over vinden. De houding is belangrijk maar de kop ook, want de neutrale (?) lichaamshouding van een hond verschilt nogal per ras of type hond. Een beagle met de staart strak omhoog bedoelt daar niets mee, en een italiaans windhondje heeft de staart vaak tussen de achterpoten hangen zonder bang te zijn. Bovendien: je ziet de kop eerder en beter als de hond voor je staat.

(?) Een neutrale lichaamshouding: dit betekend, dat de hond in de houding staat waarin hij alert, maar niet bang of agressief is.

We hebben geoefend hoe je op een veilige manier een vreemde hond kunt benaderen. Je kreeg over dat onderdeel een blad, wat je samen met je ouders kunt lezen. Kijk maar bij de werkbladen.  

 

 

__________________________________________________________________________________

Les 2.

Tijdens les 2 hebben we aandacht besteed aan de geboorte van pup Aster. De moederhond (teef Ayla) liet allerlei gedrag zien tijdens de geboorte die ervoor zorgen dat de pups kunnen overleven. Weet je nog? Ze had persweeën, beet vliezen kapot, en likte de pasgeboren pups.

De pups lieten direct na de geboorte allerlei gedrag zien om te overleven. Ze kropen rondjes, piepten en zochten de tepel van Ayla. Je zag de pups ook drinken.

We hebben een film gezien waarop Aster werd geboren.

We hebben ook gepraat en gelezen over de socialisatiefasen waar een hond mee te maken heeft. Deze socialisatie is heel belangrijk: als een pup te weinig contact met mensen krijgt bijvoorbeeld, blijft hij zijn leven lang bang voor mensen. Dit komt nooit meer goed!

Hoe zat het ook al weer?

neonatale fase: van 0 tot 2 weken.

Tijdens deze fase werken nog niet alle zintuigen. De ogen en oren gaan pas rond dag 14 open. Maar het is wel belangrijk om contact met de pups te hebben, want ze ruiken al wel.

Overgangsfase: tot ongeveer 20 dagen.

In deze fase groeit en ontwikkelt de pup zich erg snel. De ogen en oren gaan open. Hij leert langzamerhand lopen en kwispelen. De tandjes beginnen door te komen.

 

Inprentingsfase, van 3 tot ongeveer 7 weken.

Deze periode is een heel belangrijke! Er is iets fout gaat in deze weken, kan dit nooit meer worden hersteld. De pup moet kennismaken met verschillende mensen (verschillende leeftijden, zowel mannen als vrouwen enz.) andere dieren, verkeer, en alle andere zaken waar de pup later mee in aanraking komt. de vertrouwde omgeving van de moederhond heeft de pup ook nog nodig. Een pup die voor de 7 weken bij de moeder wordt weggehaald, laat vaker agressie zien als volwassen hond.

Socialisatiefase: loopt door tot ongeveer 12 weken.

In deze fase leert de pup zich staande houden in de wereld. Hij moet nog leren hoe hij zich moet gedragen naar andere honden toe, op straat...

Dit is de leeftijd waarop de pup naar de nieuwe baas toe gaat. Vaak start ook de puppycursus. Het is nog steeds heel belangrijk dat alle indrukken fijn zijn voor de pup.

Rangorde fase: van 13 tot 16 weken.

In deze fase probeert de pup af en toe uit tot hoever hij kan gaan. Hij moet leren wie de baas is in huis.

 

Puberteit: van 16 weken tot ongeveer (hoop je)  anderhalf jaar.

Op deze leeftijd wordt de hond geslachtsrijp. De teef wordt loops, en de reu gaat de poot opbeuren bij het plassen. Vaak denken honden die op deze leeftijd zijn, dat "luisteren" niet altijd hoeft. De baas moet daar goed mee omgaan: goed gedrag belonen, en voorkomen dat de hond ongewenst gedrag vertoont (bijvoorbeeld weglopen).

Maar; het gaat bij iedere baas wel eens mis! Belangrijk is om geduld te hebben, en niet bij de pakken neer te zitten. Bij een goede, positieve opvoeding gaat alles meestal vanzelf weer goed na de puberteit.

__________________________________________________________________________________________

 

Les 3:

Tijdens les 3 hebben we kennis gemaakt met de clicker. Weet je nog? Dat filmpje van de vogel die, beloond met de clicker en lekkere zaadjes, allerlei kunstjes uitvoerde? Er komt geen enkele dwang bij kijken!

De rode draad van deze les is: gedrag beïnvloeden.

We hebben behandeld hoe beloningsvormen, negeren en correcties gedrag kunnen veranderen. Er is een formulier uitgedeeld over de clicker, en een formulier over de oefening "Nee". Deze laatste oefening is erg handig als je de hond wilt laten stoppen met gedrag wat je niet wilt. Beide formulieren komen hieronder te staan.

We hebben de clicker en de oefening nee ook bij Ayla geoefend. Dat is best lastig! Als je zelf een hond hebt, kun je dit ook thuis oefenen. Je moet wel geduld hebben, de hond heeft enkele dagen tot weken nodig voordat hij het allemaal snapt.

_________________________________________________________________________________________________________________

les 4

 

Deze les had als motto: de ene hond is de andere niet. Alle honden stammen af van wilde hondachtigen. Je kunt dan ook gerust stellen dat alles wat een wolf doet, ook door een hond gedaan kán worden. Alleen zal onze huishond niet altijd zin hebben om het oorspronkelijke wolvengedrag te vertonen. Gelukkig maar! De ene hond laat het ene gedrag zien (van de wolf) en de andere hond het andere gedrag (van de wolf). Dat maakt dat het karakter van een hond voor een deel afhangt van het ras van de hond.

Want: het karakter van een hond heeft heel veel te maken met het type hond. Een golden retriever heeft een heel ander karakter dan een Duitse herder. Iedereen weet dit, maar hoe komt dit nou?

Dat komt, omdat mensen door gericht op bepaalde karaktertrekken te fokken, honden hebben gefokt die geschikt waren voor verschillende taken. De golden retriever bijvoorbeeld, was (én is)  uitstekend geschikt om tijdens de jacht geschoten wild te apporteren. De Duitse herder moest samen met de (menselijke) schaapherder de kudde schapen bij elkaar houden. Deze verschillende taken vereisten verschillende karakters. Hoe dat zit met andere hondenrassen en typen, hebben we tijdens deze les behandeld.

Bedenk wel, dat ook binnen rassen grote verschillen in karakter zijn. Ook opvoeding en training maken een groot verschil!

Enkele voorbeelden:(voor uitgebreide rasomschrijvingen verwijs ik graag naar de sites van de rasverenigingen)

Herdershonden zijn honden die graag groepen bij elkaar houden. Over het algemeen leren ze snel, en willen graag voor een baas werken. Ze zijn actief en hechten zich sterk aan het gezin. Samenwerken met mensen is een eigenschap die ze voor hun oorspronkelijke werk enorm nodig hadden!

voorbeelden: Duitse herdershond, Beauceron, Border collie

Berghonden zijn eigenlijk ook een soort herdershonden, maar toch weer iets anders. Berghonden worden bij een kudde schapen alleen gelaten om de schapen te beschermen en te bewaken. De witte Berghond van de Maremmen bijvoorbeeld, wordt zelfs grootgebracht bij schapen, zodat hij went aan de kudde, en de kudde aan de hond. Zo vormt de hond als het ware een onderdeel van de kudde. Berghonden zijn doorgaans rustig van aard, maar kunnen wel enorm waaks zijn. Een tuin van 5 x 5 meter is veel te klein. Niet zo gek, als je bedenkt hoeveel ruimte ze hebben in de bergen!

jachthonden kunnen op verschillende manier worden gebruikt.

Terriërs bijvoorbeeld werken zelfstandig, vaak onder de grond. Ze zijn enorm "dapper", knap "eigenwijs" en hebben de naam moeilijk te trainen te zijn. Maar: met geduld en veel beloning bereik je enorm veel bij terriërs.

Staande jachthonden werken ook veel zelfstandig. Ze lopen voor de jager uit en wijzen door het stilstaan aan waar het wild zit. Daardoor kan de jager naderen, waarna de hond het wild laat opvliegen. De jager kan het nu schieten. Dergelijke honden lopen dus ver bij je vandaan tijdens de wandeling. Ze zijn wel eigenwijs, maar ook goed te trainen. Voorbeelden: Drentse Patrijshond, Heidewachtel, Setters en Pointers, en natuurlijk onze eigen Korthals Griffons. Staande honden zijn doorgaans niet moe te krijgen! Veel staande jachthonden worden ook gebruikt voor apporteer opdrachten.

Retrievers zijn gefokt om te apporteren. Ze willen dolgraag voor een baas werken, en zijn erg actief. Erg veel mensen zijn gecharmeerd van retrievers, je ziet ze dan ook erg veel. Voorbeeld: Labrador, Golden retriever, Flatcoated retriever.

poolhonden  zijn gefokt om sledes te trekken. Ze doen niets liever dan hard rennen! Het trekken van de slede is zwaar werk. Poolhonden lopen dan voor de baas uit (want die zit op de slede). Niet zo gek dus, dat veel poolhonden voor de baas uit willen lopen, en daarbij flink aan de lijn kunnen trekken! Ook poolhonden hebben veel energie. Bovendien worden deze honden graag samen met andere (pool) honden in één gezin gehouden. Poolhonden hebben het snel warm. Hun dikke vacht is gemaakt voor koude!

Er zijn nog veel meer groepen honden, zoek maar eens op het internet:  www.raadvanbeheer.nl

 

We deden het rashondenspel en keken een video waar het gedrag van honden wordt vergeleken met gedrag van wolven.

Les 5:

Gezondheid van de hond, vachtverzorging.

Tijdens deze les heb je geleerd hoe je op een simpele en snelle manier kunt controleren of een hond (waarschijnlijk) gezond is. Natuurlijk word je geen dierenarts na één les! Je moet goed bedenken dat de gezondheidscheck die wij gebruikten alleen maar een oppervlakkige controle is. Een hond kan op vele manieren ziek zijn, ook als de "check" op deze pagina zegt dat de hond gezond hoort te zijn.

Maar: een hond met koorts, hoestprikkel, vieze ogen en kreupelheid komt niet als gezond door de check heen.

Twijfel je of jouw hond gezond is? Neem dan contact op (via je ouders!) met de dierenarts.

Bij het onderdeel vachtverzorging hebben we de honden die ik meebracht gekamd. Je hebt kennis gemaakt met verschillende soorten kammen en borstels. Bovendien heb je geleerd hoe je de hond kunt ontdoen van vlooien.

Het gevaar van een teek is ook ter sprake gekomen. Zorg dat je een teek (ook bij jezelf!) binnen 24 uur hebt weggehaald, zodat een eventuele besmetting met de ziekte van Lyme voorkómen wordt.

Zie voor meer info over Lyme: www.rivm.nl

 

 

_________________________________________________________________________________________

Les 6:

 "last of overlast?"

Hondenpoep, blaffen, opspringen tegen mensen... Om over bijten nog maar te zwijgen.

Honden kunnen op veel manier lastig zijn. Niet iedereen vindt het lastig! Het kan zijn dat jij vind dat jouw hond enorm lief doet als hij tegen je opspringt. Als de hond dan tegen de buurvrouw opspringt, en zij had net haar witte broek aan, dan is zij daar niet blij mee!

Ongewenst gedrag van honden: het is niet altijd simpel om daar een omschrijving van te geven. En dan moet er ook nog een oplossing worden gevonden!

Gelukkig zijn veel mensen al heel goed bezig: men volgt een hondencursus, informeert bij fokkers en gemeente. Welke oplossingen er al zijn gevonden voor ongewenst gedrag: daar ga je proberen achter te komen in de komende week. Daarom ga je een vraaggesprek houden met een hondeneigenaar uit jouw omgeving. Dat interview komt in je portfolio.

 

___________________________________________________________________________________________

Les 7:

De eerste KWT les na de vakantie is het tijd om het portfolio in orde te brengen en in te leveren. Daarnaast gaan we oefenen met de honden: alles wat gevraagd kan worden tijdens de laatste les staat hieronder, bij de afsluitende les.

Hoe ziet het portfolio eruit?

Dat leerde je in het uitgedeelde formulier.

Het is de bedoeling dat je het portfolio tijdens les 7 afmaakt en inlevert, je krijgt het portfolio dan les 8 weer terug.

__________________________________________________________________________________________________________________     

 

 Les 8:

De afsluitende les: jullie doen een soort van "examen". Je hoeft daar niet zenuwachtig voor te zijn, want zakken voor dit examen is niet mogelijk!

Hieronder zet ik de "arbeidsproeven" en de "theorievragen" die kunnen worden gevraagd. Je trekt op de dag zelf een envelop uit de hoed met daarop óf een theorievraag (daar gaan we dan kort over praten) óf een opdracht met een hond (die mag je dan laten zien).

Iedereen krijgt een scorelijst waarop drie  leerlingen staan, dus je beoordeelt ook enkele leerlingen, zodat niet alleen mijn oordeel wordt meegenomen, maar ook jullie oordeel! De namen van de leerlingen kies ik voor je uit, zodat iedereen een andere scorelijst krijgt.

Als iedereen een beurt heeft gehad, is het tijd voor de uitreiking van de certificaten. Je krijgt ook je portfolio weer terug.

 

Arbeidsproeven die gevraagd kunnen worden:

 

       1.      Kam de rug van een hond

       2.      Doe een hond een halsband aan

       3.      Laat de hond zitten op commando en beloon met de clicker (en een brokje)

       4.      Voer de oefening “nee” uit, hoe leer je dat de hond?

        5.      Wandel heen en weer met de aangelijnde hond, wat doe je als hij trekt aan de lijn?

        6.      Kijk naar de kop van de hond, wil hij jou bijten als je hem nadert? Leg uit waarom je dat denkt.

                (mimiek en houding van de hond)

       7.      Voel aan de oren van de hond, heeft hij koorts denk je?

       8.      Controleer de neus van de hond, voelt de neus normaal aan? Of mankeert de hond iets?

       9.      Behandel de hond tegen vlooien (linkerkant  kant van zijn lijf)

        10.   Laat de hond komen op commando, beloon met de clicker en een brokje

        11.   Laat de hond heen en weer draven, loopt hij kreupel?   

        12.   Laat de hond afliggen (commando is “down”) en beloon met een brokje.

        13.   Vraag aandacht van de hond (commando “let op”) , beloon met de clicker en een brokje.

        14.   behandel de hond tegen vlooien (rechterkant van zijn lijf)

 

       Wat moet je doen als je zo'n opdracht krijgt? Hoe wordt je beoordeeld?

       Niet alleen de docent beoordeelt je, ook enkele klasgenoten vertellen je hoe je opdracht verliep. Dat kan via een  

      scorelijst, die we "rubric" noemen. Hierin staat precies vermeld hoeveel "punten" je kunt scoren met bepaalde

     handelingen. Uiteraard word je geholpen wanneer je de arbeidsproef uitvoert. Van alle arbeidsproeven is de rubric op deze site te vinden. als je naar beneden gaat op deze pagina komt je bij de rubric uit.

      Je kunt beginnen bij een oefening, en dan van links naar rechts lezen. Je weet dan precies waarop wordt gelet.

 

  

 

Theorievragen die gesteld kunnen worden: (met onderaan voorbeelden van goede antwoorden)

 

1.      1. Als een hond voor je staat en hij gromt, waar moet je dan op letten?

2.      2. Als een hond een droge en warme neus heeft, wat is er dan aan de hand?

3.      3. Hoe strak moet een halsband van een hond zitten?

4.      4. Stel je voor: Je ziet een lieve hond en jouw buurmeisje wil de hond aaien, hoe begeleid je haar?

5.      5. Jouw hond heeft oren die duidelijk warmer zijn dan de kop, wat kan er aan de hand zijn?

6.      6. Waarom zijn teken mogelijk gevaarlijk? (ook voor mensen)

7.      7. Een hond steelt regelmatig eten van het aanrecht, waarom helpt “foei”  roepen niet?

8.      8.  Als een pup net is geboren, kan hij nog niet zelfstandig plassen. Hoe komt hij dan toch van zijn plasje af?

9.      9. De teef is rondom de bevalling niet altijd even lief naar vreemde mensen, waarom is dat?

        10. Wat kun je doen om je omgeving schoon te houden van hondenpoep, als je een hond hebt?       

           11.   Waarvoor dient de oefening “nee”?

         12.   Wat is kreupel lopen?

 

  Antwoorden op de theorie vragen:

 

       1.       Je moet letten op de stand van de oren. Je moet ook naar de bek kijken: zie je de kiezen? Als je de

                 kiezen  ziet, en de oren staan niet recht naar voren, dan kun je rustig weglopen.

       2.       waarschijnlijk is de hond ziek, maar de hond kan het ook te warm hebben.

       3.       je moet er nog drie vingers tussen kunnen doen. De halsband zit te los als de kop er uit kan.

       4.       je vertelt je buurmeisje hoe ze dat moet doen: eerst vragen aan de eigenaar, dan de hond laten

                 snuffelen aan je hand, daarna onder de kin kriebelen. Vertrouw je de hond zelf niet: laat je buurmeisje

                 dan maar niet aaien.

       5.       de hond heeft of koorts, of hard gelopen.

       6.       teken kunnen dragers zijn van de ziekte van Lyme, daar kun je blijvende schade aan overhouden,

                aan je zenuwstelsel, je hart en nog veel meer. Een teek moet daarom binnen 24 uur worden verwijderd.

       7.       omdat de hond eten van het aanrecht steelt, heeft hij zijn beloning al binnen. Foei roepen is dan

                 mosterd na de maaltijd  . Dit noemen we zelfbelonend gedrag.

       8.       de moederhond likt de buikjes van de pups om het plassen op gang te helpen.

       9.       de teef wil graag rust rondom de werpkist. Vreemde mensen verstoren de rust.

                 Deze “maternale agressie” verdwijnt doorgaans binnen enkele dagen.  

       10.   plastic zakjes meenemen en de poep direct opruimen

       11.   om de hond te laten stoppen met gedrag wat je niet wilt.

       12.   dan loopt de hond niet gelijk: het lijkt of hij hinkt of huppelt. Dat komt omdat één van zijn poten pijn doet.

 

 

F   Formulieren die zijn uitgedeeld tijdens de lessen:

     Les 1: veiligheid: mimiek van de hond

Werkblad "zijn honden lief" KWT Agnieten college (ASW)

 

Naam:

Klas:

Maak de volgende opgaven. Als je goed hebt geluisterd is het niet moeilijk!

Je mag de uitgedeelde formulieren erbij houden.

 

1.

Bekijk onderstaande hondenkop. Als je zo’n kop voor je ziet, kun je dan voorkómen dat je gebeten wordt door weg te gaan?

 

 

 

En áls je weggaat, moet je dan rustig lopen of rennen?

2.

Wat valt je op aan de bek van deze hond? (2 dingen noemen)

 

 

Is deze hond bang of boos (= dominant agressief) ?

(Ook de achterkant maken!)

3.

Er zit een leuk hond bij de supermarkt aan een riem. Je vind deze hond een beetje zielig. Mag je hem aaien voor troost?

Waarom geef je dit antwoord?

 

4.

Je ziet een hond die wordt uitgelaten door zijn baas. Wil je hem aaien?

Ja, ga dan naar vraag 5, en daarna naar 6.

Nee, ga dan direct naar vraag 6.

5.

Hoe ga je dat doen, dat aaien?

1.

2.

3.

4.

6.

Hoe kun je voorkomen dat deze hond achter je aan gaat rennen?

 

1.

2.

3.

Lever het ingevulde formulier weer in. Staat je naam er op?

 

Les 2:

Werkblad geboorte en socialisatie

KWT hondengedrag

27-9-10

Naam:

Klas:

1.

Tijdens de bevalling eet de teef de moederkoek en alle vliezen op.

Noem twee redenen waarom ze dat doet.

-

 

-

2.

Pups kunnen in de neonatale fase, tussen 0 en 14 dagen, nog niet horen en zien.

Hoe vinden ze dan de moeder om drinken?

 

 

Waarom is het in die eerste dagen belangrijk dat de pups door mensen in handen worden genomen, als ze toch nog niet kunnen horen en zien?

3.

Pups beginnen te kruipen op een leeftijd van ongeveer 2 tot 3 weken. Ze willen dan de werpkist, of het nest uit. Waarom willen ze dat?

(ook de achterkant invullen)

 

4.

Na ongeveer 4 tot 5 weken eten de pupjes brokjes. Ze gaan dan echte hondenpoep maken. De fokker moet dat opruimen.

Wie ruimde de poep de eerste weken op?

5.

Na ongeveer 8 weken kan de pup verhuizen naar de nieuwe eigenaar.

Waarom niet al na 6 weken?

 

Les 3:

Clickertraining

 De clicker is een “geconditioneerde bekrachtiger” wat betekent, dat het geluid van de clicker een aangeleerd, plezierig gevoel bij de hond teweeg brengt. Ongeveer net als het woordje braaf dus, maar dan met enkele verschillen:

  1. de clicker is korter, en kan daarom beter getimed worden.
  2. de clicker klinkt altijd fijn, dus ook als u eigenlijk niet tevreden bent maar toch moet belonen. (na een half uur rondrennen toch nog komen etc.)
  3. de clicker betekent altijd: einde oefening, komt je brokje maar halen. Dus nooit halverwege een oefening clickeren. Als dat te lang duurt, maak je de oefening korter.
  4. de clicker kan ook door een ander persoon worden bediend, dus helpen is mogelijk.

 De clicker is gebaseerd op het fluitje, wat bij het trainen van dolfijnen al decennia lang gewoonte is. Dolfijnen KUN je niet dwingen. Een hond zou je de zit nog aan kunnen leren door op zijn kruis te drukken, maar dolfijnen zijn altijd op enige afstand. Daarom worden dolfijnen uitsluitend getraind op basis van motivatie. Oftewel: heeft een dolfijn geen zin in werken dan:

-         wordt er zin “gemaakt”: het voer wordt lekkerder

-         gaat de training gewoon niet door.

 Bij Makker mag u de clicker gebruiken, maar het moet niet. U kunt dit lesonderdeel zien als een extra’tje. Feit is, dat ongeveer 2/3 van de honden aanzienlijk sneller leert met behulp van de clicker.

 Aanleren clicker: enkele malen per dag de clicker laten klinken, direct gevolgd door het voeren van iets heel erg lekkers (KLEIN). Wanneer dat goed gaat, clickeren als de hond aan de andere kant van de kamer is. Net zolang volhouden, tot de hond direct komt als de click klinkt. (en zijn beloning dus komt halen).

 Daarna kun je de hond oefeningen aan gaan leren. Alle oefeningen zijn mogelijk. Maar click altijd pas als de hond zijn beloning mag komen halen.

De clicker kost ongeveer 2,50 euro. Te koop bij dierenspeciaalzaken.

 

De oefening ‘nee’

 Deze oefening is erg handig om aan je hond duidelijk te maken wanneer deze iets doet dat jij als baas niet wenst.

Bijvoorbeeld bij hapjes stelen van tafel, een gat in het gazon graven, knagen aan een tafelpoot, door een open deur naar buiten lopen...

 De oefening heet "nee" maar je kunt uiteraard ook voor een ander woord kiezen. Denk daar wel goed over na, want je moet in het vervolg altijd dit woord kiezen om de hond te laten stoppen met gedrag. Het hele gezin gebruikt hetzelfde woord hiervoor!

 1e stap bij het aanleren;

 Ga op je hurken of een krukje zitten met in beide geopende handen een brokje. Zorg dat je handen +/- 30 cm uit elkaar zijn en op ooghoogte van de hond.

Laat de hond uit beide handen een brokje pakken en herhaal dit een paar keer.

 2e stap bij het aanleren;

 Net als bij stap 1, alleen op het moment dat de hond het 1e brokje wilt pakken sluit je de hand en geef je het commando ‘nee’. Dan wacht je net zo lang tot de hond uit zich zelf het brokje uit de andere hand pakt.

Dit een paar keer herhalen.

Als de hond het 1e brokje uit de andere hand wil pakken dan is dit de hand die je dicht doet met het commando.

Je doet dus iedere keer de hand dicht waar de hond als 1e naar toe gaat, deze hand kan dus afwisselend links of rechts zijn!

 3e stap bij het aanleren;

 Zoals bij stap 2, alleen is het nu de bedoeling dat je het commando ‘nee’ geeft bij de hand waar de hond als 1e naar toe gaat zonder dat je die hand hoeft dicht te doen. De hond mag uit de andere hand nog steeds het brokje pakken.

 Laatste stap bij het aanleren;

 Je kan nu het brokje dat de hond onder het commando ‘nee’ moet laten liggen op de grond leggen en eventueel in het begin nog met je voet afdekken. Zodra de hond het brokje na het ‘nee’ commando laat liggen , beloon je de hond met een brokje uit je hand.

Kan de hond dit allemaal, dan is het woord "nee" aangeleerd aan de hond, en kan het worden gebruikt om de hond te laten stoppen met ongewenst gedrag.

 

les 5:

Gezondheid controleren bij de hond.

 

Vraag

antwoord

Zijn de ogen helder, niet ontstoken?

 

 

Is de neus normaal van temperatuur en vochtigheid?

 

 

Ligt de vacht tegen het lichaam aan? Zo niet, is dat zoals het hoort bij dit ras?

 

 

Staat de hond met rechte rug?

 

 

Hoe is de temperatuur bij de hond?

 

 

Hoest de hond als ik hem in de hals voel?

 

 

Loopt de hond goed of kreupel?

 

 

 

Als er iets aan de hond mankeert, moet men contact opnemen met de dierenarts!

 

les 6:

 

Opdracht voor thuis: Vraaggesprek met hondenbezitter uit je omgeving.

Vraag aan een hondenbezitter uit jouw familie of omgeving, wat voor gedrag zijn of haar hond vertoont, waar anderen mogelijk last van hebben.

Zet in de tweede kolom of er iets aan gedaan wordt, en wat.

 

Gedrag 1:

 

Oplossing 1:
Gedrag 2:

 

Oplossing 2:
Gedrag 3:

 

Oplossing 3:
Gedrag 4:

 

Oplossing 4:
Gedrag 5:

 

Oplossing 5:

 

Les 7:

Een portfolio is een naslagwerk, die je kunt gebruiken om kennis even op te frissen.

Bovendien kun je met je portfolio aantonen aan anderen, dat je de kennis uit dat portfolio hébt.

Hoe ziet een portfolio er uit?

 

  1. voorblad, titel, naam, periode
  2. inhoudsopgave
  3. inleiding: wat wist je van hondengedrag vóór de kwt lessenserie, wat wil je leren, hoe wil je dat leren
  4. wat heb je geleerd tijdens de lessenserie.
  5. afsluiting, nabespreking, eigenlijk alles wat je nog wilt melden over de lessenserie.
  6. bewijsmateriaal.(genummerd en van titel voorzien)

 

 Het bewijsmateriaal staat als zesde genoemd, maar vormt de basis van je portfolio.

Het bestaat uit alle papieren die je van mij krijgt gedurende de lessenserie.

Bewaar dus alles wat je krijgt goed! Daarnaast kun je uiteraard documenten toevoegen die je al eerder had verzameld. Dierenarts en trimsalon kunnen je materiaal leveren.

 

les 8:

Rubric beoordeling

Hoe beter de proef wordt afgelegd, hoe verder naar rechts je kunt scoren.

 

startniveau

 

1

Er is een goede ontwikkeling gaande

2

voldoende

 

3

Helemaal perfect

        4

 

Score

 

Kam de rug van de hond

 uitgevoerd door:

 

De leerling pakt een geschikte kam en benadert de hond op veilige wijze, zodat

De leerling op ontspannen manier aan het kammen kan beginnen.

De leerling kamt met de haarrichting mee en

Haalt alle knopen uit de hondenvacht.

 

 

Laat de hond gaan liggen en beloon met de clicker

Uitgevoerd door:

 

Leerling krijgt de aandacht van de hond

Leerling gebruikt het brokje op een doeltreffende manier

Leerling krijgt de hond met brokje en commando “down” binnen 15 seconden aan het liggen..

En beloont de hond binnen 5 seconden nadat de hond is gaan liggen, met een click en een brokje.

 

 

Laat de hond de gaan zitten en beloon met de clicker

Uitgevoerd door:

 

 

 

Leerling krijgt de aandacht van de hond

 

 

 

 

Leerling gebruikt brokje op een doeltreffende manier

 

 

 

 

Leerling krijgt de hond met commando “zit” en een brokje binnen 15 seconden aan het zitten…

 

En beloont binnen 5 seconden nadat de hond is gaan zitten met een click en een brokje.

 

 

 

 

Doe de hond een halsband aan.

Uitgevoerd door:

 

 

Leerling benadert op veilige wijze de hond.

Leerling weet de halsband om te gespen bij de hond..

Zodanig dat de halsband niet te strak, en niet te los zit.

En beloont de hond kort met stem of voer na afloop van de oefening.

 

 

Voer de oefening “nee” uit.

Uitgevoerd door:

Leerling benadert de hond op veilige wijze, en

Laat de hond eerst uit allebei de handen een brokje eten..

Waarna de leerling één van de handen voor de hond afsluit met het woordje “nee”

En de hond, wanneer die bij de andere hand komt, laat even uit de tweede hand met het woordje “braaf”

 

 


 

Wandel heen en weer met de aangelijnde hond

uitgevoerd door:

 

De leerling nadert de hond op veilige wijze, pakt de lijn aan en wandelt weg

Als de hond netjes meeloopt, beloont de leerling de hond met de stem, als de hond trekt dan…

Blijft de leerling staan om het trekken te laten afnemen, of geeft een kort rukje aan de lijn om de hond het trekken te verbieden..

Als de hond dan stopt met trekken, geeft de hond met een vriendelijke stem te kennen dat de hond het goed doet.

 

 

Kijk naar de kop, wil de hond jou bijten?

Uitgevoerd door:

 

Leerling benadert de hond op veilige wijze

Leerling leest de hond, vertelt iets over de oren en de bek van de hond

leerling geeft aan of de hond wil gaan bijten

 

 

 

en kan ook aangeven hoe de hond zou kijken als het antwoord anders zou zijn. 

 

 

 

Voel aan de oren, heeft de hond koorts?

Uitgevoerd door:

 

 

leerling voelt aan oren van hond

kan vertellen of de oren warmer zijn dan normaal of niet

de leerling kan vertellen of de hond naar alle waarschijnlijkheid koorts heeft

en kan ook vertellen hoe de oren zouden voelen als de uitkomst anders was.

 

 

Controleer de neus van de hond, mankeert de hond iets denk je?

Uitgevoerd door:

 

 

Leerling benadert op veilige wijze de hond.

leerling voelt aan neus

en vertelt hoe de toestand van de neus is

(nat/droog en koel/warm)

leerling weet te vertellen of de hond (naar alle waarschijnlijk-heid) iets mankeert of niet.

 

 

Behandel de linkerkant van het hondenlichaam tegen vlooien.

Uitgevoerd door:

Leerling benadert de hond op veilige wijze, en

Spuit enkele keren met de frontline bus op de hond

Verdeelt de frontline over de vacht van de hond.

 

Heeft kennis genomen van de hoeveelheid frontline die op de hond moest worden gespoten.

 

 

 

 Laat de hond komen op commando (met behulp van docent)

uitgevoerd door:

 

De leerling gaat op ongeveer 5 meter afstand van de hond  staan..

Pakt eerst een beloningsbrokje of de clicker en een brokje

Roept de hond op vriendelijke toon, met gepaste lichaams-houding..

 

 

 

 

En beloont de hond nadat hij gekomen is.

 

 

 

 

 

 

 Vraag de aandacht van de hond

Uitgevoerd door:

 

 

 

Leerling stelt zich zodanig op ten opzichte van de hond, dat interactie mogelijk is.

Leerling gebruikt het brokje op een doeltreffende manier

Leerling krijgt de aandacht van de hond binnen 15 seconden.

En beloont de hond binnen 5 seconden nadat de hond oogcontact maakte met de leerling.

 

 Laat de hond aangelijnd heen en weer lopen, voorgebracht door een ander, loopt de hond goed?

Uitgevoerd door:

 

 

Leerling geeft de hond aan andere persoon en vraagt of die met de hond heen en weer wil lopen.

Leerling kijkt goed naar de beweging van de hond

Leerling geeft aan of de hond goed loopt of kreupel

En leerling kan aangeven waarom hij/zij tot dan oordeel komt.

 

 

Behandel de rechterkant van het hondenlichaam tegen vlooien.

Uitgevoerd door:

 

 

Leerling benadert de hond op veilige wijze, en

Spuit enkele keren met de frontline bus op de hond

Verdeelt de frontline over de vacht van de hond.

Heeft kennis genomen van de hoeveelheid frontline die op de hond moest worden gespoten.

 

 

 

 

Scorelijst arbeidsproeven en theoretische vragen.

 

Deze 3 leerlingen zijn beoordeeld door:    ………………………….(jouw naam)

De score komt overeen met de score van de rubric arbeidsproeven.

 

 

Naam leerling

Vraag of arbeidsproef

1

2

3

4